Boeken
“van Kampen en Zwolle tot Groningen en Maastricht”
(het grote vervolg op: “Blijvers en Passanten”)
de Joodse bevolking van Kampen en Zwolle van 1750 tot in de 20e eeuw,
gerangschikt in familieverbanden, met aanvullende genealogische gegevens van
voorouders en nazaten uit heel Nederland
(verschijnt medio 2008) (index nu al beschikbaar: ruim 30.000 personen)
"De bevolking van Saparoea"
van 1821 tot en met 1946 (deels t/m 2000)
Europeanen en Inlandse Christenen, uit registers van Kerk en Burgerlijke Stand en andere bronnen, gerangschikt in familieverband;
met vermeldingen van buiten Saparoea (o.a. Ambon, Java en Nederland) wonende ouders en nazaten en van vorige en volgende woonplaatsen (index)
“De bevolking van Banda”
van 1818 tot 1920
Europeanen en Inlandse Christenen, uit registers van Kerk en Burgerlijke Stand en andere bronnen, gerangschikt in familieverband,
met veel vermeldingen van buiten Banda wonende ouders en nazaten,
en van vorige en volgende woonplaatsen (index)
“ De doopregisters van de protestantse gemeente te Ambon”
1819-1824, 1830-1833, 1835-1840, (deel 1) (index)
1884-1924,(deel 2) (index)
“De Bevolking van Saparoea”:
2 delen, garenloos gebrocheerd gebonden (samen 900 bladzijden A4) €88,50
20.000 personen + 6000 namen van getuigen
“De bevolking van Banda”:
2 delen ,garenloos gebrocheerd gebonden, (samen 700 bladzijden A4) €72,50
12.000 personen + 2000 namen van getuigen
“De doopregisters van Ambon”
2 delen,garenloos gebrocheerd gebonden (samen 700 bladzijden A4) €63,00
deel 1: 11.000 personen + 5000 namen van getuigen
deel 2: 12.000 personen + 6500 namen van getuigen
Verzendkosten: €7,00
Te bestellen door overmaking van het bedrag op
bankrekening 130752770
t.n.v.: M.D.Etmans te Ferwert o.v.v het verzendadres .
Nadere informatie hieronder:
- Inleiding op de Molukken boeken
- toelichting op de Joodse uitgave
1.Inleiding op de publicaties m.b.t. de Molukken
Toen mijn vrouw en ik in 1993 enige tijd in de Molukken verbleven hebben wij allereerst op Saparoea, en vervolgens op Ambon en Banda de doopboeken van de Hervormde Kerk doorgenomen en daarna gekopieerd. Dit klinkt eenvoudiger dan het was. Kopieermachines zijn op de Molukken een zeldzaamheid en zowel op Saparoea als in Banda Neira waren wij aangewezen op het enige apparaat dat ter plaatse bestond. In beide gevallen kostte ons dat veel tijd in een Chinese toko. De kwaliteit van het apparaat op Banda liet bovendien alles te wensen over; tenslotte liet het het kort voor het einde helemaal afweten, en hebben wij het restant met de hand moeten overschrijven. Uiteindelijk hebben wij met angst en beven het eindproduct, ongeveer 5000 fotokopieën per zeepost naar Nederland gestuurd; in een van de dozen zat ook een voorraadje specerijen afkomstig van Wim van den Broeke, de laatste perkenier van Banda. Toen wij maanden later thuis de boel uitpakten steeg ons de heerlijkste lucht tegemoet!
Hoe kwamen wij er toe dit te doen? Wel, mijn grootmoeder van moederskant was afkomstig van de grote familie Siegers op Saparoea. Deze familie had ook vertakkingen op Ambon en een klein takje op Banda. In Nederland had men ons verzekerd, dat de doopboeken van genoemde eilanden in de tweede wereldoorlog verloren waren gegaan. Toen wij ter plaatse de proef op de som namen ontdekten wij echter, dat er wel degelijk veel bewaard was gebleven. Zeer compleet waren de doopboeken van Saparoea die van 1821 ononderbroken doorliepen tot en met 1946. Na de doopakte van mijn grootmoeder te hebben laten kopiëren en allerlei andere gegevens te hebben overgeschreven kwamen wij op het idee het breed te zien en toestemming te vragen het geheel te mogen kopiëren. Toen dit dankzij de grote vriendelijkheid van het personeel van het kantoor van de kerk -men stelde ons twee dagen lang iemand ter beschikking om met ons in de toko toezicht te houden op het kopieerwerk – gelukt was, hebben wij later hetzelfde gedaan op Ambon en op Banda Neira. De kerkboeken van Banda bestrijken echter een veel kleinere periode, te weten van 1818 tot en met 1873.
Terug in Nederland besloten wij het gehele materiaal onder te brengen in de computer en zoveel mogelijk binnen het bereik van derden te brengen. Van het een komt natuurlijk altijd weer het ander, en zo heb ik mijn bestanden aangevuld met alle mogelijke gegevens uit andere bronnen, die ik al dan niet toevallig onder ogen kreeg. Zeer belangrijk waren hierbij de films van de akten van de Burgerlijke Stand (voor zover bewaard gebleven), vervaardigd door de Mormonen.
Zo zijn , wat Saparoea en Banda betreft, mini-genealogiën ontstaan, waarin de kerkboeken en andere gegevens zijn verwerkt.
De gegevens uit de doopregisters van Ambon echter waren te omvangrijk om een gelijke werkwijze te hanteren. Daarom bevatten die boeken, zoals de titel al aangeeft, “slechts” de letterlijke inhoud van de registers en zijn geen familieverbanden aangebracht of uitbreidingen gezocht.
2. Toelichting op “van Kampen en Zwolle tot Groningen en Maastricht”,
(Blijvers en Passanten II):
In 1997 verscheen “Blijvers en Passanten” , over de Joodse bevolking van de stad Kampen van 1750-1880 samengesteld door Maarten Etmans. In dit in eigen beheer uitgekomen werk is de complete Joodse bevolking van deze stad in genealogisch verband gedurende verschillende generaties gerangschikt. Behalve complete families binnen de stad zijn ook de vertakkingen buiten de stad uitgezocht. In het geheel zijn meer dan 3000 personen opgenomen met data van geboorte, huwelijk en overlijden, woonadressen in Kampen en beroepen.
De aanleiding hiertoe was een voorvader van mijn moeder, de Joodse handelaar Levie Elias Roos, die rond 1764 zich in Kampen vestigde. Hij woonde daar tot kort voor zijn dood in 1818. In de Joodse gemeenschap in Kampen bleken de families niet alleen door verwantschappen, maar ook door handelsbetrekkingen dusdanig in elkaar te zijn verweven, dat het voor mij de moeite loonde om een aantal families nader uit te zoeken; al doende was het niet zo’n heel erg grote stap de complete Joodse bevolking uit te werken.Bovendien komt men bij zo’n studie soms tot belangrijke ontdekkingen, die anders nooit zouden hebben plaatsgevonden. Een voorbeeld hiervan: het is bekend dat in 1811, toen het voor ieder Nederlands gezinshoofd verplicht werd een vaste familienaam aan te nemen en/of te behouden, voor zichzelf en zijn nazaten. Nu kwam het een enkele keer voor, dat broers (beiden gezinshoofden) verschillende familienamen aannamen. Zo bleek een broer van Levie Elias Roos, aanvankelijk eveneens in Kampen woonachtig, elders de familienaam Schaap te hebben aangenomen. Zonder dit grootscheepse onderzoek, dat me bij die gelegenheid naar Amersfoort bracht, zou deze link nooit ontdekt zijn!
Een van de zonen van bovengenoemde Levie Elias Roos, Jacob Levie Roos, kwam kort na 1800 in Zwolle te wonen met zijn vrij uitgebreid gezin; reden om ook de Joodse bevolking van Zwolle uit te gaan werken en wel op dezelfde manier als met Kampen gebeurd was. Omdat Zwolle veel groter was dan Kampen kwamen hier veel en veel meer personen aan te pas. Bovendien heb ik de oorspronkelijke “grens” van 1880 overschreden en doorgetrokken tot in de 20e eeuw. Op deze wijze heb ik ook de bevolking van Kampen uitgebreid.
Omdat bij dit onderzoek er uiteraard veel meer vertakkingen waren niet alleen door heel Overijssel, maar door het gehele land naar en vanuit alle grotere plaatsen en vaak ook kleinere plaatsen, heb ik de afgelopen jaren zeer veel gemeentearchieven en alle rijksarchieven van Nederland meermalen bezocht om mijn gegevens aan te vullen. Om een voorbeeld te noemen: nader onderzoek in Groningen leverde ruim 900 nieuwe namen met gegevens op.
Zeer veel bezoeken golden ook het Nationaal Archief in Den Haag, waar zich onnoemelijk veel materiaal bevindt, dat men in de streek- en stadsarchieven niet zal aantreffen.
Resultaat is momenteel een bestand van bijna 32.000 personen, verspreid over het gehele land die allen –in veel gevallen enige generaties teruggaand verband- hebben met Zwolle of Kampen. Vandaar de titel van het nog uit te geven werk: “Van Kampen en Zwolle tot Groningen en Maastricht”, (Blijvers en Passanten II).
Een dergelijk werk komt natuurlijk nooit af. Alleen al de tienduizenden nakomelingen in Amsterdam zouden door een groot team moeten worden uitgezocht; een eenling komt nooit zover.
Evengoed is er nu dus reeds sprake van een kolossaal aantal gegevens, zonder dus een volledigheid te pretenderen. Na de nodige controles en aanvullingen zal ook dit grote bestand binnenkort (naar planning in de loop van 2008) in eigen beheer worden uitgegeven.
Om de belangstellenden bij voorbaat een indruk te geven treft u op de website reeds een index van alle tot dusver opgenomen personen. De oude uitgave “Blijvers en Passanten” is uiteraard in zijn geheel in het nieuwe bestand opgenomen
De kosten zullen mede afhankelijk zijn van de belangstelling voor dit werk. Belangstellenden kunnen zich vanaf nu aanmelden.
Indien gewenst kunnen wij de “oude”versie van “blijvers en Passanten”nog laten aanmaken.