Toelichting op “van Kampen en Zwolle tot Groningen en Maastricht”


In 1997 verscheen: “Blijvers en Passanten”, een boek over de Joodse bevolking van de stad Kampen van 1750-1880, samengesteld door Maarten Etmans. In dit in eigen beheer uitgekomen werk is de complete Joodse bevolking van deze stad in genealogisch verband gedurende verschillende generaties gerangschikt. Behalve complete families binnen de stad zijn ook de vertakkingen buiten de stad uitgezocht. In het geheel werden meer dan 3000 personen opgenomen met data van geboorte, huwelijk en overlijden, woonadressen in Kampen en beroepen.  

De aanleiding hiertoe was een voorvader van mijn moeder, de Joodse handelaar Levie Elias Roos, die rond 1764 zich in Kampen vestigde. Hij woonde daar tot kort voor zijn dood in 1818. In de Joodse gemeenschap in Kampen bleken de families niet alleen door verwantschappen, maar ook door handelsbetrekkingen dusdanig in elkaar te zijn verweven, dat het de moeite leek te lonen een aantal families nader uit te zoeken; al doende was het niet zo’n heel erg grote stap de complete Joodse bevolking uit te werken. Bovendien komt men bij zo’n studie soms tot belangrijke ontdekkingen, die anders nooit gedaan zouden zijn. Een voorbeeld hiervan: het is bekend dat in het 1811 voor ieder Nederlands gezinshoofd verplicht werd voor zichzelf en zijn nazaten een vaste familienaam aan te nemen en /of te behouden. Nu kwam het een enkele keer voor, dat broers (beiden gezinshoofden) verschillende familienamen aannamen. Zo bleek een broer van Levie Elias Roos, aanvankelijk eveneens in Kampen woonachtig, elders de familienaam Schaap te hebben aangenomen. Zonder dit uitgebreide onderzoek, dat me bij die gelegenheid naar Amersfoort bracht, zou deze link nooit ontdekt zijn!

Een van de zonen van bovengenoemde Levie Elias Roos, Jacob Levie Roos, kwam kort na 1800 in Zwolle te wonen met zijn vrij uitgebreid gezin; reden om ook de Joodse bevolking van Zwolle uit te gaan werken en wel op dezelfde manier als met Kampen gebeurd was. Omdat Zwolle veel groter was dan Kampen kwamen hier veel en veel meer personen aan te pas. Bovendien heb ik de oorspronkelijke “grens” van 1880 overschreden en doorgetrokken tot in de 20e eeuw. Op deze wijze heb ik ook de bevolking van Kampen uitgebreid.

Omdat bij dit onderzoek er uiteraard veel meer vertakkingen waren niet alleen door heel Overijssel, maar door het gehele land naar en vanuit alle grotere plaatsen en vaak ook kleinere plaatsen, heb ik de afgelopen tien jaren zeer veel gemeentearchieven en alle rijksarchieven van Nederland meermalen bezocht om mijn gegevens aan te vullen. Om een voorbeeld te noemen: nader onderzoek in Groningen leverde ruim 900 nieuwe namen met gegevens op. (In totaal staan er nu ruim 1600 Groningers in het boek vermeld). Zeer veel bezoeken golden ook het Nationaal Archief in Den Haag, waar zich onnoemelijk veel materiaal bevindt, dat men in de streek- en stadsarchieven niet zal aantreffen.  Ook heb ik gebruik gemaakt van een aantal internet bestanden, waarvan de gegevens later weer gecontroleerd werden in de archieven.

Resultaat is momenteel een bestand van bijna 36.000 personen, verspreid over het gehele land die allen –in veel gevallen enige generaties teruggaand - verband hebben met Zwolle of Kampen. Zo staan er ruim 8000 personen in vermeld die in Amsterdam hebben gewoond, tegenover de rond  1750 Kampenaren en 4000 inwoners van Zwolle. Vandaar de titel van het boek: “Van Kampen en Zwolle tot Groningen en Maastricht”.

Een dergelijk werk komt natuurlijk nooit af. Alleen al de tienduizenden nakomelingen in Amsterdam zouden door een groot team moeten worden uitgezocht; een eenling komt nooit zover.
Evengoed is er nu reeds sprake van een enorm aantal gegevens, zonder dus een volledigheid te pretenderen.

Ten slotte wil ik benadrukken, dat ik absoluut niet pretendeer complete families te brengen. Het gaat in eerste en in laatste instantie om de Joodse bevolking van Kampen en Zwolle. Dat houdt in dat ik van personen buiten Kampen en Zwolle doorgaans geen broers en zusters verwerkt heb. Ook zijn zeer vaak niet alle partners vermeld. Van complete gezinnen is meestal alleen sprake als deze gezinnen in hun geheel in Kampen of Zwolle gewoond hebben.

Het onderzoek zelf heb ik afgerond in 2007. In 2008 heb ik de nodige controles uitgevoerd, die nodig waren voor de publicatie.

Daarna is het een kolossaal werk geweest om de gegevens tot een hanteerbare uitgave te maken.

Jan Diebrink, (TELAPAS Software , met wiens programma’s HAZA-DATA  en HAZA-21  deze publicatie tot stand is gekomen), heeft het kunststuk geleverd de oorspronkelijke 3600 pagina’s in te dikken tot de huidige 1600, waardoor het geheel in twee delen gepubliceerd kon worden! 

Ferwert, juni 2010

Maarten Etmans